Hoe meet ik mijn hydraulische slang op? AF1.8, DN2.0 en de schuifmaat

De meeste verkeerde bestellingen die wij tegenkomen, komen door één ding: de slang is niet, of niet nauwkeurig genoeg, opgemeten. Dat is jammer, want het is in vijf minuten gedaan. Dit artikel legt uit wat de codes op uw slang betekenen, hoe u correct meet, en wat u doet als er niets op staat.

 

Wat er op de slang staat

Fabrieksslangen hebben een opdruk. Die is soms vervaagd, maar meestal nog leesbaar als u de slang schoonveegt. De code die u zoekt ziet er zo uit:

  • AF1.8 of DN1.8: binnendiameter 1,8 mm.
  • AF2.0 of DN2.0: binnendiameter 2,0 mm.

DN staat voor diamètre nominal, de nominale binnendiameter. AF is een aanduiding die door sommige fabrikanten wordt gebruikt voor hetzelfde. Het getal erachter is wat telt.

De binnendiameter bepaalt hoeveel olie er doorheen kan en dus hoe snel het dak beweegt. Daarom is dit geen maat waar u vrij in bent: een leiding met een afwijkende binnendiameter geeft een dak dat te traag of ongelijkmatig beweegt.

 

Wat er niet op staat, maar wel telt

De opdruk vermeldt de binnendiameter. Voor een reparatiekoppeling is echter ook de buitendiameter bepalend, want daar klemt de koppeling op. Onze koppelingen zijn gemaakt voor een buitendiameter van 4,5 mm, met een toegestane speling tussen 4,45 en 4,55 mm.

Dat is een marge van een tiende millimeter. Met het oog niet te beoordelen, en met een liniaal of duimstok evenmin.

 

U heeft een schuifmaat nodig

Een precisie schuifmaat is het enige gereedschap dat hier volstaat. Digitale exemplaren zijn voor een paar tientjes te koop en meten tot op honderdsten van een millimeter nauwkeurig. Zo meet u:

  1. Maak de slang schoon op de plek waar u meet. Vuil en olieresten geven een te hoge waarde.
  2. Meet op een recht stuk, niet in een bocht en niet vlak bij een fitting. Op die plekken is de slang vervormd.
  3. Plaats de bekken van de schuifmaat om de slang en sluit ze zonder te knijpen. Rubber is samendrukbaar: knijpt u aan, dan meet u te klein. Dit is de meest gemaakte meetfout.
  4. Lees af en noteer.
  5. Meet op drie plekken langs de slang en vergelijk. Wijken de waarden onderling af, dan is de slang vervormd of aangetast. Dat is een reden om de hele leiding te vervangen in plaats van te repareren.

Komt u tussen 4,45 en 4,55 mm uit? Dan past de koppeling. Komt u daarbuiten? Dan heeft u een slang op maat nodig.

 

Er staat niets op mijn slang

Dat komt voor, zeker bij oudere auto's of bij slangen die eerder al eens vervangen zijn. Meet dan de buitendiameter zoals hierboven beschreven. Klopt die, dan is de kans groot dat de binnendiameter 1,8 of 2,0 mm is en de koppeling past. Zeker weten doet u het pas als u de slang doorsnijdt en de binnenkant meet, maar dat is een handeling zonder weg terug.

In dat geval: stuur ons een foto van de slang, van de fitting en van de plek van de beschadiging. Wij zien er genoeg van om vaak op het oog al iets zinnigs te kunnen zeggen. Dat kost u vijf minuten en voorkomt een verkeerde bestelling.

 

Meten voor een slang op maat

Bestelt u een complete slang op maat, dan heeft u andere gegevens nodig:

  • De lengte. Meet de bestaande slang van fitting tot fitting, langs het traject dat hij aflegt, dus niet strak getrokken in een rechte lijn. De slang moet mee kunnen bewegen met het dak. Te kort is fataal; een paar centimeter speling is normaal en gewenst.
  • Beide koppelstukken. De fittingen aan de uiteinden verschillen per model en soms per zijde. Maak van beide uiteinden een duidelijke foto, van opzij en van voren.
  • Het traject. Fotografeer waar de slang loopt. Scherpe bochten en bevestigingspunten bepalen mede welke uitvoering het beste werkt.

Voor afwijkende of exotische koppelstukken hebben wij een speciale uitvoering.

 

De 19 mm-regel

Als u repareert met een koppeling in plaats van een hele slang te vervangen, geldt een minimum: er moet minimaal 19 mm slang overblijven vanaf de metalen connector. Dat is de lengte die de koppeling nodig heeft om goed te klemmen. Knipt u dichter bij de fitting, dan is er te weinig materiaal en houdt de verbinding niet.

Meet dus voordat u knipt. De koppeling is eenmalig te gebruiken: zodra hij gekrompen is, kunt u niet opnieuw beginnen.

 

Meetfouten die wij het vaakst zien

  • Meten met liniaal of duimstok: onvoldoende nauwkeurig, een verschil van 0,5 mm is niet zichtbaar.
  • Schuifmaat aanknijpen: te lage waarde, koppeling past niet.
  • Meten in een bocht: vervormde slang, onbetrouwbare waarde.
  • Meten vlak bij de fitting: de slang is daar uitgezet.
  • Meten over vuil of olie: te hoge waarde.
  • Op één plek meten: vervorming elders blijft onopgemerkt.
  • Lengte strak getrokken meten: de slang wordt te kort besteld.

 

Kort samengevat

  1. Zoek de opdruk: AF1.8, DN1.8, AF2.0 of DN2.0.
  2. Meet de buitendiameter met een schuifmaat, op drie plekken, zonder knijpen.
  3. Tussen 4,45 en 4,55 mm? Dan past de reparatieset.
  4. Daarbuiten, of staat uw model op de uitzonderingenlijst? Dan een slang op maat.
  5. Repareert u? Houd minimaal 19 mm over vanaf de connector.
  6. Twijfelt u? Stuur een foto voordat u bestelt.

Weet u nog niet welke oplossing bij uw situatie past? Lees dan reparatieset of nieuwe slang op maat.

 

Twijfelt u over uw meting? Stuur ons een foto van de opdruk en van de beschadiging, dan kijken wij met u mee voordat u bestelt.

Terug naar blog

Contactformulier